1. Film de route, niet de ruimte
Een camera moet de plek in beeld hebben waar iemand langs móét: de deur, de poort, de doorgang naast het huis. Een camera die een grote tuin overziet, laat kleine figuurtjes zien. Een camera op een doorgang laat een gezicht zien.
2. Hoog genoeg, maar niet te hoog
Tussen tweeënhalve en drie meter is meestal het beste compromis: buiten handbereik, maar met een kijkhoek waarin een gezicht nog herkenbaar is. Hangt een camera op vijf meter onder de dakgoot, dan kijkt hij vooral op hoofden.
3. Vermijd tegenlicht
Richt een camera niet recht op de laagstaande zon, een lantaarnpaal of koplampen op de oprit. Camera’s met een groot dynamisch bereik kunnen veel hebben, maar een lichtbron recht in de lens kost altijd detail.
4. Kies de lens bij de afstand
Een brede lens geeft overzicht maar weinig detail op afstand. Een smallere lens brengt een hek op twintig meter dichterbij, maar ziet minder breed. Bij een lange oprit of een terrein is een camera met instelbare zoom vaak de oplossing.
5. Denk aan het donker
De meeste inbraken gebeuren niet bij daglicht. Kijk dus hoe de plek er ’s avonds uitziet. Is er omgevingslicht, dan kan een camera met kleurenbeeld bij nacht veel meer detail geven dan infrarood.
6. Bescherm de kabel en de camera
Een camera waarvan de kabel zichtbaar langs de gevel loopt, is zo uitgeschakeld. We voeren de kabel direct achter de camera door de muur of werken hem weg in een afgesloten goot. De recorder hangt binnen, uit het zicht.
7. Blijf op eigen terrein
U mag uw eigendom beveiligen. De openbare weg en de tuin van de buren horen zo veel mogelijk buiten beeld te blijven. Met een privacymasker maken we delen van het beeld zwart. Dat is geen formaliteit: het voorkomt ook discussie met de buren.
Per plek: waar letten we op?
De voordeur
Hier staat iemand stil, dichtbij en met het gezicht naar de deur. Dat maakt het de beste plek voor een herkenbaar beeld. Hang de camera schuin boven of naast de deur, niet recht erboven: dan filmt u kruinen. Een video-intercom op belhoogte is hier een sterke aanvulling, omdat die precies op gezichtshoogte kijkt.
De achtertuin en de tuindeuren
Richt de camera langs de achtergevel in plaats van de tuin in. Zo heeft u iedereen in beeld die bij de deuren of ramen komt, op korte afstand, en filmt u minder van de tuinen erachter. Let op de zon: achtergevels op het zuiden of westen krijgen aan het eind van de dag laag tegenlicht.
De oprit en de carport
Een camera aan de gevel die de oprit in de lengte overziet, legt zowel de auto als de route naar de voordeur vast. Wilt u kentekens kunnen lezen, dan moet de camera de auto van voren of van achteren zien, niet van opzij, en mag de afstand niet te groot zijn.
Het zijpad en de poort
De smalste plek is de beste plek. Een camera aan het eind van een zijpad, gericht naar de poort, heeft iedereen die achterom komt frontaal en beeldvullend in beeld. Eén camera doet hier vaak meer dan twee in de tuin.
Schuur en bijgebouwen
Fietsen en gereedschap staan meestal in de schuur. Een camera aan de woning die op de schuurdeur kijkt, is eenvoudiger te bekabelen dan een camera aan de schuur zelf, en hangt veiliger.
Dome, bullet of turret?
De behuizing bepaalt meer dan het uiterlijk. Een bullet is opvallend en schrikt af, maar is makkelijker weg te draaien. Een dome is compact en lastiger te saboteren. Een turret combineert een compacte vorm met weinig last van reflectie bij nachtbeeld. Welke waar past, hangt af van de hoogte en van hoe zichtbaar u de camera wilt hebben.
Laat iemand meekijken
De beste plaatsing vindt u door rond het huis te lopen zoals een onbekende dat zou doen. Waar is het donker, waar zie je niemand vanaf de straat, waar kom je ongezien achterom? Dat is precies wat we doen tijdens een opname op locatie. Meer over ons camera-aanbod.